Dronken stapeltjes

Dronken stapeltjes wil ik niet bij het strijken.
Dronken stapeltjes wil ik niet bij het strijken.

Op maandagavond strijk ik meestal de was van de week weg. Ik ben een uurtje lekker bezig. De tafel begint al aardig vol te raken met mooie rechte stapeltjes. Daar houd ik van. De strijkplank staat dwars in de kamer, zodat ik de tv goed kan zien en het minder eentonig is om te doen. Mijn man heeft Voetbalinside opgezet. Ik krijg zijdelings mee, dat er nog geen 24 mensen naar Vitesse willen gaan. In de pauze loopt hij langs de tafel en de strijkplank. Ik strijk een van mijn hemden.

‘Je strijkt er een vouw in’, zegt hij.
-‘Dat is niet zo erg. Het is toch maar een hemd.’
‘Waarom strijk je ze dan? Je draagt ze ergens onder. Dat begrijp ik al jaren niet.’
-‘Ik wil geen dronken stapeltjes.’

Hij kijkt me aan alsof ik gek ben en misschien heeft hij op dat punt gelijk, want ik heb het huishouden bepaald niet tot een kunst verheven. Maar ik vind het fijn, dat ik het stapeltje precies in de vrije plek in de la kan leggen en op een tafel met van die handige tegeltjes krijg ik mijn stapeltjes ook zo fijn op maat.