Koude oorlog: Berlijn zonder muur in 1950

De muur in Berlijn is een van de bizarste bouwwerken van de koude oorlog. Deze muur werd pas in de zomer van 1961 geplaatst en niet in de zomer van 1945, zoals veel mensen denken.

Voor de muur gaven grenspaaltjes, slagbomen en markeringen op bomen de grens tussen het vrije westen (BRD) en de boeren en arbeidersrepubliek (DDR) aan. Natuurlijk controleerde de grenspolitie of personen zich in het juiste deel van de stad bevonden, maar deze controles waren allerminst waterdicht.
6566eu

Aardedonker grensgebied

Aardedonker grensgebied tussen Nederland en Duitsland
Aardedonker grensgebied tussen Nederland en Duitsland

Nederland en Duitsland

Het is aardedonker als ik in het grensgebied van Nederland en Duitsland rijd. Evenwijdig aan de weg, aan houten palen hangende stroomdraden begeleiden mijn rit. De palen met hangende draden buigen van de weg af. Ik rijd rechtdoor. Nu verschijnen er bomen aan weerszijden van de weg. Het is een tijd geleden dat zij zijn gesnoeid, want de takken hangen over de weg en lijken de auto te willen grijpen. Of ontstaat dit beeld alleen, omdat mijn fantasie op de loop gaat? Ik zet de radio uit om het intense gevoel van nietigheid in deze enorme donkere omgeving te versterken.
Overweldigend.
Zo gaaf!
De reflectorpaaltjes langs de weg trekken mijn aandacht, omdat de laatste prikkel is weggevallen. Links twee witte rondjes, rechts een witte verticale streep. Ze schuiven in een monotoon ritme langs de auto, tot de linkerpaaltjes veranderen in een variant met een witte verticale streep en de rechter met een rode. Dan weet ik. Ik ben in Nederland.

Economie en BTW laten Nederlanders grensshoppen

Economie en BTW laten Nederlanders grensshoppen
Economie en BTW laten Nederlanders grensshoppen

Grensshoppen in Kranenburg en Kleef
De Nederlandse economie draait slecht, want burgers houden hun geld in hun zak. Het is een vaak gehoorde bevinding. Het is de vraag of dat geld in de zak houden wel klopt. Kranenburg en Kleef, net over de grens bij Nijmegen laten namelijk een heel ander beeld zien van in elk geval een deel van de Nederlandse bevolking. Daar zijn de kooplustigen prijsbewust aan het grensshoppen en het is onwaarschijnlijk dat Nederlanders alleen die Duitse plaatsen bezoeken.

Keukens, benzine, en drank in Kleef kopen
Tot en met van achter Tiel rijden Nederlanders inmiddels naar Kleef om gedurende een dag kleding, keukens, toiletspullen en drank te kopen en benzine te tanken en de rest van de boodschappen te doen. De horeca daar vaart er wel bij. Het parkeergeld is een schijntje of afwezig. De bedragen die bestuurders van de gele nummerplaten in Kranenburg uitgeven zijn eveneens ongekend. De slager daar spreekt inmiddels Nederlands. De Kranenburgse Aldi roept in twee talen om welke kassa er open gaat.

Via internet in Duitsland kopen
En dan is er nog het internet. Buiten Nederland heb je geen last van de hoge BTW. Bovendien, je hoeft er de deur niet voor uit. Voor 350 euro koop je in Duitsland een sportfiets met een uitrusting, waarvoor een Nederlandse fietsenmaker hem helaas niet kan leveren. Goed, je moet in geval van nood een derailleur of handrem af kunnen stellen, maar Google en YouTube zijn vrienden in zulke gevallen. De fiets wordt voor 35 euro verzendkosten vanaf Zuid-Duitsland thuis bezorgd. En bijvoorbeeld afgeprijsde merkspijkerbroeken zijn vaak euro’s goedkoper te koop in Poolse webwinkels. De koers met de Zloty is niet ongunstig.

Europese concurrentiebeer
Nog opvallender is er het verschil in de kosten van producten op afbetaling. Ter informatie: Een fiets van 339 euro kost in Duitsland bij 12 termijnen 29,28 euro per maand, dat is totaal 351,36. In Nederland ligt dat bij een aanschaf van dezelfde prijs op 30 euro per maand en dat maakt in totaal 365 euro. Hoe hoger het bedrag, hoe groter het verschil.
Eigenlijk is het jammer dat Europa nog niet zover is, dat burgers over de grens producten op afbetaling kunnen kopen. Dan kan de Europese concurrentiebeer pas echt los en verandert Nederland als het zo doorgaat in een enclave in Europa waar men torenhoge belastingen op inkomsten en uitgaven heft, maar geen mkb over heeft dat kan concurreren.

De Nederlandse kolonisatie van Kranenburg

Het Duitse Kranenburg is het toppunt van de moderne Nederlandse kolonisatie en integratie onder het mom van vrije marktwerking binnen Europa met ondertussen afwijkende bindende binnenlandse regels.

Duitse kinderen gaan in Nederland naar school
Een groot deel van de huizen in de grensdorpen is gekocht door geƫmigreerde Nederlanders die met de Nederlandse hypotheekaftrek een veel groter huis konden bemachtigen, maar toch hun kinderen in Nederland naar school kunnen laten gaan. Nijmeegse middelbare scholen leveren de boeken bij Duitse *KUCH* kinderen bijvoorbeeld zonder meerprijs thuis. Doen we niet moeilijk over in Nederland, anders is het zielig voor het kind.

Nederlandssprekend personeel in Duitse supermarkt
De benzinepomps in die omgeving doen goede zaken vanwege de vele gele kentekens en diesel tank je weer beter in Nederland. Maar het alleropzienbarendste is het winkelcentrum aan de Grossen Haag in Kranenburg. Hier vindt u onder andere een slager (5 hamburgers en 5 sate’s voor EUR7!), Aldi (Alles superbillig!), REWE (Wodka voor EUR5/fles!), Getrankenhalle (Goed bier voor weinig!) en DM (Goedkope lichaamsverzorging!) en het mooiste is: Er is Nederlandssprekend personeel! Jaja, zelfs als u uw talen niet spreekt, kunt u daar rustig gaan winkelen. Die Duitsers hebben de Hollandse koopmansgeest ontdekt en spreken inmiddels Nederlands.

Kolonisatie 2.0 is het helemaal in Europa
‘Wij openen kassa twee voor u’, schalt regelmatig door de overvolle Duitse Aldi op zaterdagmorgen.
‘Penen en koolsalade’, klinkt in de eetgelegenheid die zelfs de Nederlandse vertaling van de gerechten op de borden heeft staan.
Een opmerkelijk contrast met de eisen voor inburgering, gelijke werkomstandigheden voor buitenlandse werknemers en de wens voor integratie die veel Nederlanders hanteren.
Kolonisatie 2.0 is het helemaal in Europa!

Doorvaarthoogte Duitse bruggen is onduidelijk

De brughoogte in Duitsland is onduidelijk, peilschalen kunnen behulpzaam zijn
De brughoogte in Duitsland is onduidelijk, peilschalen kunnen behulpzaam zijn
In Nederland geeft een peilschaal de doorvaarthoogte van een brug aan. Net over de grens is dit altijd anders geregeld. Kennelijk is het de Europese Unie en/of de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) wel gelukt om zich druk te maken over chocoladesigaretten, kromme komkommers, geluidsnormen voor in de woning, gangboordbreedte en schone doch gasolievretende motoren, maar niet over een standaardisering van het kenbaar maken van de doorvaarthoogte van brughoogtes in Europa. De situatie rondom de vage brughoogtes op de kanalen is extra uitzonderlijk, omdat de binnenvaart buiten Nederland meestal kanaalgeld moet betalen om op die kanalen te mogen varen.

In Nederland gebruikt de binnenvaart dus een peilschaal, waarbij elke leek met een verrekijker de doorvaarthoogte in meters en decimeters tijdig af kan lezen. In Duitsland gebruikt de binnenvaart de Weska, een naslagwerk waarin de individuele brughoogte ten opzichte van het kanaalpeil is vermeld. Het actuele kanaalpeil kan de schipper gratis opvragen op de sluis, die dit overigens geeft zonder er enige aansprakelijkheid voor te hebben. Vervolgens kan de schipper de brughoogte berekenen aan de hand van het verschil.
Het berekenen van brughoogtes en vaarwegdieptes aan de hand van rivierpeil, kanaalpeil, boezempeil en dergelijke is iets wat ter sprake komt in de theorie voor het vaarbewijs. Het berekenen van de hoogte van de stuurhut ook en kan doormiddel van de stand op de ijk en de hoogte boven de waterlijn.

Toch gaat er regelmatig iets verkeerd bij het berekenen van die brughoogte of de hoogte van de stuurhut van het schip. Noem het een stommiteit, gebrek aan kennis, luiheid of welke bewoording dan ook. Feit is dat er slachtoffers kunnen vallen, zodra je met een voorwerp met een massa van meer dan duizend ton onder iets wat net te laag is doorvaart, terwijl minimaal een persoon zich vrijwel altijd in dat hoogste punt bevindt.
Het is de vraag of je dat als sector moet willen en of het dan niet beter is om aan te sturen op een beter systeem, dat het liefst ook nog eens in elk Europees binnenvaartland hetzelfde is.
Tenzij de sector natuurlijk vast wil houden aan het eindeloos geven van inventieve tips, zoals het gebruik van een stok met de hoogte van de stuurhut op het voordek en later hard achteruit draaien als de stok wordt geraakt en dan maar hopen dat er niks dicht achter het schip vaart en dat er niet toevallig net een stuw is opengezet die net wat extra stroming geeft.